Zeer interessante feiten

UnderSiker krijgt regelmatig informatie aangereikt die stamboekleden en geïnteresseerde lezers niet bekend is doordat ze vaak onder tafel wordt gehouden. Door anderen van deze feiten op de hoogte te brengen tracht UnderSiker hierdoor hun kennisachterstand te verkleinen in de verwachting dat zij daarmee hun voordeel kunnen doen.

Wist u dat…………

  • De vice-voorzitter van het Stamboek Bestuur de heer Geralt Pots tot twee keer toe is gevraagd door de fokvereniging “It Fryske Greidhynder”om hun regio te vertegenwoordigen als ledenraadslid en dat hij beide keren hiervoor heeft bedankt.
    Geralt Pots wel op eigen initiatief heeft gesolliciteerd naar een vacature in het Stamboek Bestuur en bovendien zitting heeft genomen in het bestuur van de Stichting “Faderpaard”.
  • Het Stamboek voor € 250.000,- risicodragend deelneemt in deze Stichting alles in het kader van de opvoering van het theaterstuk “De Stormruiter” als onderdeel van “Leeuwarden Culturele-Hoofdstad van Europa”.
    De Ledenraad zonder nadere voorwaarden met algemene stemmen akkoord is gegaan met deze risicodragende participatie van € 250.000,-.
    Deze garantstelling niet tot de kernactiviteit van het Stamboek behoort.
  • De vice-voorzitter jurist is en optrad als vertegenwoordiger van het Bestuur tijdens de bespreking van het laatst gehouden afstammelingenonderzoek voor definitieve goedkeuring van de hengsten voor de dekdienst en aan heeft gegeven geen kennis te hebben van de betreffende regelgeving en zich daarin ook niet heeft verdiept.
  • Het Stamboek Bestuur zeer onlangs is gestart met een schriftelijk charme offensief naar alle Ledenraadsleden waarin het eigen kritisch vermogen geheel ontbreekt en waarin zij zichzelf een pluim op de hoed steekt met mogelijk de gedachte om tevens de drie commissieleden uit de Ledenraad die onderzoek doen naar het functioneren van het Bestuur, de directie en de inspectie hiermee te strelen.
  • Inspecteur Jaap Boersma op de fokdag van het “Friesche Paard Limburg”gehouden op 1 juli van dit jaar te Kronenberg voor de microfoon in eerste instantie de verkeerde merrie als kampioen van de dag bekend maakte en daardoor de verkeerde familie plus aanhang liet juichen.
    Dit herinneringen oproept aan de handschud ceremonie op de Hengstenkeuring 2015 waarbij hij een cruciale fout maakte door naar de verkeerde hengst te stappen wat heel veel beroering heeft gewekt en hij ook daar de verkeerde mensen enthousiast maakte.
  • Inspectie- en juryleden allen een psychologische test moeten ondergaan en geslaagd moesten zijn voor het examen van de Koepelfokkerij. Niet iedereen hieraan heeft voldaan en dit geen verdere gevolgen heeft voor betrokkenen.
  • De inspectie aan het Bestuur en de directie heeft geadviseerd om in het kader van Dierwelzijn een minimale testleeftijd voor de paarden te hanteren van 36 maanden waar tot op heden niets mee is gedaan.
  • De voltallige inspectie afgelopen najaar een vertrouwenscrisis heeft gehad met de directeur stamboekzaken.
  • Incidenten hebben plaatsgevonden met verbaal geweld tegen inspectie- en juryleden waarbij deze niet in bescherming werden genomen door de leiding.
  • Geprobeerd is een kritisch Ledenraadslid minder kritisch te doen zijn en bovendien aangedrongen is om zijn regio niet langer te vertegenwoordigen.
  • De merrie Gaya fan ‘e Grupstal  [Norbert 444 x Sape 381] met volle spronggewrichten op 24 juli 2016 in Timmel [Dld] een eerste premie heeft gekregen. Deze merrie gefokt en in eigendom is van inspecteur Louise Hompe en gekeurd werd door een jurykorps dat werd aangevoerd door collega inspecteur Harrie Draaijer. Laatst genoemde inspecteur daarna steeds heeft geroepen dat deze merrie met dergelijke volle sprongen nooit kroon zou kunnen worden. Direct voorafgaand aan deze keuring dit paard in Timmel een IBOP proef heeft afgelegd waarbij de proef werd afgenomen door Gerard Vermunt en Harrie Draaijer. Deze merrie ruim 11 punten hoger scoorde dan de vorige IBOP proef. Deze merrie vier keer buiten de Nederlandse landsgrenzen is gekeurd.
    De betreffende merrie op de Centrale Merriekeuring 2016 desondanks door het jurykorps onder leiding van Harrie Draaijer, waarbij Louise Hompe even de baan uitstapte en Jaap Boersma heel kort haar plaats innam , tot kroonmerrie werd gebombardeerd.
  • Inspecteur Harrie Draaijer op de bijscholing dag gehouden op 11 maart 2017 op het complex van het Swarte Paert in Hemrik niet het vierde voorgebrachte paard herkende dat kort daarvoor als eerste paard was getoond door de voorbrengers.
  • De drie jarige merrie Taess fan Erberveld [Bikkel 470 x Nykle 409] op 27 mei 2017 ter keuring werd aangeboden op de stamboekkeuring in Ermelo en daar door de jury bestaande uit Harrie Draaijer , Sabien Zwaga en Jan Hellinx met een eerste premie werd beloond. Deze merrie in het kader van het afstammelingen onderzoek van de vader Bikkel 470 deel heeft genomen aan de ABFP test welke werd gehouden van 19 juni t/m 3 augustus 2017 in Warga waarbij in de catalogus respectievelijk op de website van het KFPS duidelijk staat vermeld dat deze dochter van Bikkel 470 ster is verklaard. Deze merrie om onverklaarbare redenen aansluitend opnieuw werd gekeurd door het trio Harrie Draaijer , Jaap Boersma en Corrie Terpstra hetgeen niet is toegestaan omdat een paard maar één keer per jaar mag worden gekeurd.
    De merrie een wit lint kreeg omgehangen : derde premie!
    In het bijbehorende commentaar Harrie Draaijer duidelijk maakte dat deze merrie met moeite een derde premie van de driehoofdige jury had gekregen. Het onvoorstelbaar is dat twee zeer ervaren inspecteurs afkomstig uit een ander tijdperk plus een jurylid dit sterke staaltje van onvermogen hebben laten gebeuren.
    Gelukkig voor de fokker/eigenaar deze merrie als eerste premie merrie door het leven mag blijven gaan omdat de tweede keuring geen enkele betekenis heeft.
    Op grond van het bovenstaande het dus geen verbazing meer wekt dat de schimmelhengst Siert 499 met zijn stekelharigheid is goedgekeurd voor de dekdienst als de betreffende hengstenkeuringsjuryleden Harrie Draaijer en Jaap Boersma zichzelf een dergelijk brevet van onvermogen hebben opgespeld.

Sjouke de Groot inderdaad gelijk heeft met zijn advies dat het tijd is voor bloedverversing en mensen hun knopen moeten tellen.

UnderSiker daar nog aan wil toevoegen dat knopen tellen niet meer nodig is omdat de uitkomst daarvan inmiddels vaststaat.
De Ledenraad als hoogste orgaan binnen het Stamboek in dient te grijpen voordat zij medeplichtig kan worden gesteld aan de teloorgang van het Friese paard.

Een vervolg op deze rubriek mag de lezer verwachten zodra UnderSiker weer over een “voorraad” interessante feiten beschikt.

Waarom oud-inspecteur Sjouke de Groot bij het Stamboek bedankte

Veel lezers hebben UnderSiker de vraag voorgelegd waarom de zeer ervaren inspecteur Sjouke de Groot twee jaar geleden plotseling bij het Stamboek vertrok terwijl het seizoen 2015 nog maar net begonnen was. Dit klemt te meer nu ook Bauke de Boer en Luciel Ellens als inspectieleden zijn vertrokken en Fetze Veldstra niet meer als zodanig in functie is. Heel veel ervaring met – en kennis van de Friese paarden is hiermee verdwenen hetgeen de lezers zorgen baart. Volgens hen is vandaag aan de dag veeleer sprake van “boekenwijsheid” nu ervaring en kijk op paarden stilletjes aan verdwijnen waarbij het bestuur niet bij machte is dit tij te keren. Alhoewel Sjouke de Groot als fokker zeer succesvol is bij de warmbloed paarden heeft hij nog veel liefde voor de Friese paarden. Dat blijkt ook wel want ze staan nog altijd bij hem op de boerderij. Hij zelf heeft vaak te kennen gegeven niet over zijn vertrek te willen spreken omdat dit onderwerp te emotioneel beladen voor hem was. Na lang aandringen heeft UnderSiker hem bereid gevonden zijn verhaal te doen waarbij ook andere punten die hem hoog zitten aan de orde zijn gekomen. UnderSiker laat Sjouke aan het woord.

“Tijdens het concours begin mei 2015 in Lunteren waar inspectie- en juryleden onder leiding van de zeer ervaren Henk van Dieren in hun kennis over het beoordelen van Friese tuigpaarden bijgespijkerd werden jureerde ook Nynke Schrale als aspirant-jurylid mede de paarden van haar werkgever Jaap van der Meulen. Daar heb ik van gezegd dat dit niet kon wegens belangenverstrengeling maar niet in de juiste bewoordingen; achteraf gezien had dat wel anders gekund. Deze dag was ook bedoeld als teambuilding dag voor de inspectieleden; met name gold dit voor de inspectieleden Jaap Boersma en Harrie Draaijer maar die schitterden die dag door afwezigheid terwijl toch tijdig ieder betrokkene wist van deze dag”.
Dan wordt Sjouke emotioneel en wellen er tranen op als hij verder gaat met zijn verhaal.
“Een week na het bewuste concours in Lunteren kreeg ik bezoek van het duo Bert Wassenaar en Geralt Pots respectievelijk voorzitter en vice-voorzitter van het Stamboek. Het bestuur had een brief gekregen die ondertekend was door Jaap van der Meulen en Henk van Dieren met daarin een klaagzang over mijn gedrag in Lunteren. De inhoud van de brief werd mij voorgelezen; inzien mocht ik hem niet en een kopie werd mij ook onthouden. Het werd mij zeer kwalijk genomen dat ik de euvele moed had gehad op te merken dat het fout was dat Nynke Schrale deel uitmaakte van de jury in verband met belangenverstrengeling. Voorts stond in de brief aldus het duo dat ik teveel aan de vrouwelijke collega’s had gezeten. Sabien Zwaga en Luciel Ellens waar op werd gedoeld hebben aan de voorzitter Bert Wassenaar duidelijk gemaakt dat dit laatste absoluut niet het geval was. Dit klopte van geen kant aldus de beide dames. Maar zij werden niet geloofd en de briefschrijvers wel. Hoe dan ook beide bestuursleden lieten mij weten dat ik geen inspectielid kon blijven maar nog wel als gewoon jurylid kon aanblijven waarbij werd opgemerkt dat ik geen voorzitter van de jury mocht zijn. Mijn reactie was dat ik mij ter plekke terug trok als lid van de inspectie en liet weten dat ik onder deze omstandigheden niets meer met het Stamboek te maken wilde hebben.
Trouwens in al die lange jaren dat ik jury – en inspectielid ben geweest heb ik nog nooit een functioneringsgesprek gehad. Als ik dan in de ogen van het bestuur dingen zou hebben gedaan waaraan het bestuur zich zou hebben gestoord dan hadden ze mij daarop kunnen wijzen maar dat is nooit gebeurd. Luciel heeft voorgesteld om met alle inspectieleden een gesprek te hebben. Jaap Boersma wilde wel met mij uit eten en deelde dat telefonisch aan mij mee. Van dat alles is niets terecht gekomen. Wat mij het meest steekt is de slinkse wijze waarop ik ben behandeld en dat behalve Sabien Zwaga en Luciel Ellens niemand het voor mij op heeft genomen”.


Graag wil UnderSiker hierbij een opmerking plaatsen. Dat de voorzitter en vice-voorzitter mee hebben gewerkt en zich ervoor hebben geleend om Sjouke de Groot te betichten van iets dat absoluut niet waar is gebleken toont aan dat van een Koninklijke status van het bestuur geen sprake is. Waarvan akte.

“Sabien en Luciel trokken veel met mij op om kennis en ervaring in het beoordelen van paarden met elkaar te delen. De directeur stamboekzaken liet weten dat de dames zich meer moesten richten op Harrie Draaijer en Jaap Boersma. Hoe zo Harrie en Jaap. Waarom zij wel en ik niet. Dit kwam mij via de dames ter ore. Ids Hellinga heeft nooit de moed gehad dat zelf tegen mij te zeggen.

Dan wil ik nog wel wat kwijt over de inspectie en de directeur stamboekzaken. Bij de inspectie is collegialiteit ver te zoeken , zeker naar mij toe is dat het geval geweest. Echt beneden alle peil. De mensen met kwaliteit zijn er uit gewerkt en wat over is gebleven zijn de grijze muizen. Ver van te voren heb ik reeds voorspeld dat Luciel Ellens op een zijspoor zou worden gezet. Niet vanwege haar kwaliteiten maar omdat zij haar mond open deed en zei wat ze van bepaalde zaken vond en daar houden ze bij het Stamboek niet van. Als ik dan nog voor de geest haal hoe Jaap Boersma op een slinkse wijze komend vanuit de Hengstenherkeuringsjury [HHKJ] in de Hengstenkeuringsjury [HKJ] terecht is gekomen dan kan ik weer boos worden. Ik heb het idee dat ze zichzelf zeer overschatten.

Ik ben altijd voorstander geweest om geheel los van elkaar als jury te keuren. Immers, op die wijze kun je ook de juryleden individueel beoordelen. Maar dat durven ze niet want dan vallen velen door de mand.
Als inspectie moet je bij de stallen langs en de fokkers opzoeken. Op die wijze leer je het paardenbestand kennen en weet je bovendien wat er onder de fokkers leeft. Ik vind het onbegrijpelijk dat dit vanuit de leiding niet wordt gestimuleerd. Door dit achterwege te laten ziet de inspectie alleen de paarden in de keuringsbaan.
Vanuit mijn functioneren als fokker bij het KWPN kom ik op veel plekken, zo ook op het paardencentrum in Wolvega en hoor daar de verhalen over de Friese paarden. Uit oogpunt van vitaliteit en gezondheid is de kwaliteit van de merrielijnen en hengsten er niet op vooruit gegaan. Dat geldt ook voor de fokkerij in het algemeen. Ik sta veel mensen te woord die mij aanschieten en met tranen in de ogen vertellen dat het Friese paard kapot wordt gemaakt en naar de bliksem wordt geholpen.

Dan hebben we de directeur stamboekzaken Ids Hellinga. Communiceren met andere mensen kan hij niet. Omgaan met mensen evenmin. Mede daarom vertrekken er ook zoveel personen. Hij zorgt niet goed voor de mensen die onder hem vallen. Hij is geen mensen mens. Het vieze werk laat hij door een ander opknappen. Hij heeft ook niet het lef mij te ontmoeten en te spreken. Ook keurde hij altijd mee en maakte op een sluwe manier steeds opmerkingen. Waarom hij op slinkse wijze mensen kapot maakt daar snap ik niets van. Friese paarden zijn liefhebberij en emotie. De liefde daarvoor maakt hij kapot. Vanwege hem en de inspectie haken veel fokkers af. De kwaliteit in de Friese paarden zit hem in de liefhebberij en de emotie. Ik mis het gevoel daarvoor bij de huidige leiders te weten het bestuur , de directeur en de inspectie. Dat is zo jammer. Er zijn juryleden die graag bij mij langs willen komen maar durven dat niet te doen omdat ze eruit liggen als de directeur stamboekzaken dit ter ore komt. Ids is slim en sluw en vertoont een gedrag waardoor veel spanning ontstaat en dat is slecht voor de onderlinge samenwerking. Daardoor zijn veel mensen kapot gegaan. Ik heb ook het idee dat hij en de inspectieleden mij niet onder ogen durven te komen.

De inspectie moet als team werken , dat is de taak van de directeur maar hij dreef ze uit elkaar. Als ik dan terug denk aan de goedkeuring van de dekhengst Tjaarda 483 door de HHKJ waar naast ik zelf ook Louise Hompe en Fetze Veldsta deel van uitmaakten dan word ik weer witheet. Door de goedkeuring reageerde hij als door een adder gebeten. Hij zorgde er hoogst persoonlijk voor dat de HHKJ en de HKJ tegen elkaar werden opgezet. Hij is geen bruggenbouwer om alle eilandjes die er zijn met elkaar te verbinden. Het personeel op het stamboekkantoor is zeer blij dat ze een baan heeft en de personeelsleden hebben heel veel liefde voor het Friese paard. Maar zij zouden vanwege alle interne spanningen graag willen vertrekken dat weet ik.

Dan wil ik nog iets zeggen over het gedrag van het Duitse bestuurslid Detlef Elling tijdens een keuring in Duitsland. Luciel Ellens , Haike van der Meulen en ik zelf moesten paarden keuren in Münster waaronder ook een 2e premie stermerrie van Detlef Elling die tevens in die periode voorzitter was. Tijdens de maaltijd vooraf werden wij door hem van alle kanten gepaaid. Dat heeft niet geholpen want de bewuste merrie kreeg de volgende dag geen 1e premie. Het bestuurslid werd boos en weigerde ons een hand te geven en verliet met het paard in de trailer met gierende banden het terrein. We hebben hem die dag nooit weer gezien. En dat moet dan een voorbeeld functie zijn voor alle leden van het KFPS.

Alles samen gevat zoals ik er nu tegen aan kijk is het denk ik tijd voor nieuw bloed. Als mensen te lang op één post blijven gaat dat ten koste van de dynamiek en dat is wat het Stamboek nodig heeft. De zittende “macht” moet of veranderen of hun knopen tellen: niet weg , wel weg , niet weg , wel weg,……….. Overigens moet ik wel zeggen dat ik altijd met zeer veel plezier heb gekeurd en geprobeerd een bijdrage te leveren aan de kwaliteit van het ras. Ook ben ik van mening dat bovenstaande zaken nooit aan de orde zouden zijn geweest indien de leiding en het bestuur openheid zouden hebben betracht in alle discussies betreffende alle zaken die het Stamboek en de leden aangaan”.

 

Is er licht aan het einde van de tunnel?

Op 24 maart jl. is een buitengewone besloten Ledenraadsvergadering gehouden waarvoor de Ledenraadsleden door het Bestuur zijn uitgenodigd in verband met het vertrek van twee inspectieleden. Voorafgaand aan deze bijeenkomst is een extra besloten vergadering georganiseerd door Bauke de Boer en Luciel Ellens waarin zij aan de Ledenraadsleden uitleg hebben gegeven waarom zij als inspectieleden zijn vertrokken. In hun verhaal is uitdrukkelijk naar voren gekomen dat binnen de KFPS-organisatie als geheel niet alles soepel verloopt. Daarom heeft de Ledenraad een commissie ingesteld om de problematiek helder te krijgen. De twee door de Ledenraad gekozen commissieleden Tjitze Bouma en Ytsen de Vries zullen samen met een extern organisatiebureau een onderzoek instellen naar de communicatie, samenwerking en afstemming binnen de diverse geledingen van het KFPS. Op grond van de statuten en het huishoudelijk reglement is dit mogelijk. Het moet de lezer duidelijk zijn dat de Ledenraad opdrachtgever is en daarmee eigenaar van het onderzoek. 

Over het instellen van deze commissie heeft het Bestuur met geen woord gerept op de website van het KFPS. Daarentegen heeft De Paardenkrant van 29 maart jl. daar wel aandacht aan besteed. Op de voorpagina schrijft de hoofdredacteur onder meer : “De Ledenraadsleden Tjitse Bouma en Ytsen de Vries gaan samen met een extern organisatiebureau een plan ontwikkelen om de afdeling inspectie van het KFPS te professionaliseren. Op termijn moeten de verantwoordelijkheden van de directeur Ids Hellinga worden teruggebracht”.  Einde citaat.

Uit diverse bronnen binnen de Ledenraad waaronder beslist niet Tjitze Bouma heeft UnderSiker het volgende opgetekend.

Tijdens de halfjaarlijkse, deels besloten Ledenraadsvergadering van 19 mei jl. waarbij het Bestuur binnen korte tijd voor de tweede keer de gang op wordt gestuurd, legt Tjitze Bouma uitvoerig uit dat hij stopt als commissielid wegens gebrek aan vertrouwen in – en samenwerking met het Bestuur. Het Bestuur wil een te grote vinger in de pap. Er is onvoldoende samenwerking tussen Ledenraad en Bestuur en het Bestuur informeert de Ledenraad onjuist. Er bestaat een weerstand tussen Bestuur en Ledenraad. De commissie mag van het Bestuur geen individuele gesprekken voeren met mensen uit de diverse geledingen binnen het KFPS zo legt Tjitze Bouma uit.
Op 2 mei jl. verklaart de voorzitter de heer Bert Wassenaar zich akkoord met de voorgestelde werkwijze van de commissie maar op 10 mei jl. , kort daarna dus, wijst het Bestuur de voorgestelde werkwijze alweer af. Bovendien spreken drie Bestuursleden zich uit onvoldoende vertrouwen te hebben in de Ledenraad als geheel zo maakt Tjitze Bouma de Ledenraadsleden duidelijk.

Bij deze misprijzende uitlating van het Bestuur wil UnderSiker een enkele opmerking plaatsen.
-Het is de Ledenraad die het vertrouwen kan opzeggen in het Bestuur en niet andersom.
-Dat de Ledenraadsleden zo maar laten passeren dat de meerderheid van het Bestuur zich uitlaat onvoldoende vertrouwen te hebben in de Ledenraad als geheel vindt UnderSiker onbegrijpelijk. Hij neemt aan dat er toch enige mate van zelf respect aanwezig is bij deze vertegenwoordigers van de KFPS leden.
-Door zich op deze wijze uit te spreken tegen de ingestelde commissie miskent de meerderheid van het Bestuur de controlerende taak van de huidige Ledenraad en kan zij beter in haar geheel aftreden.

Tjitze Bouma herhaalt dat er bij hem onvoldoende vertrouwen is in dit Bestuur om te kunnen samenwerken. Op verzoek van één van de Ledenraadsleden om toch aan te blijven als commissielid  antwoordt hij: “Ik zie geen licht meer aan het einde van de tunnel”.

Na moeizame discussies in dezelfde vergadering wordt besloten twee nieuwe commissieleden aan te stellen in de personen van Roelof Bos en Hennie Vloedgraven. Hierop reageert een Ledenraadslid met de opmerking dat Ytsen de Vries twee petten draagt omdat hij tevens voorzitter is van de vertrouwenscommissie en dat dit in principe onverenigbaar is met het lid zijn van de nieuw ingestelde commissie. Het voorstel wordt in stemming gebracht maar de meerderheid van de Ledenraad vindt dit geen probleem inclusief Ytsen de Vries zelf. Het KFPS Bestuur heeft op haar site op geen enkele wijze kenbaar gemaakt dat Tjitze Bouma is teruggetreden en dat Roelof Bos en Hennie Vloedgraven zijn aangetreden als nieuwe commissieleden. Ook op meerdere regiovergaderingen is door het Bestuur met geen woord gerept over de ingestelde commissie en de problematiek die deze commissie moet onderzoeken in samenwerking met een professional. Over openheid binnen een democratische vereniging gesproken.
UnderSiker vindt het om bovenvermelde redenen zeer betreurenswaardig dat een Ledenraadslid met het kaliber van Tjitze Bouma is afgehaakt als commissielid.

Het vertrek van inspecteur Bauke de Boer

De man waarvoor zelfs enige jaren terug het Huishoudelijk Reglement is gewijzigd om hem,  na acht jaar lid te zijn geweest van de Hengstenkeuringsjury, te kunnen benoemen in de Hengstenherkeuringsjury heeft zich tot veler verrassing in februari van dit jaar teruggetrokken als inspecteur. Heel veel fokkers van Friese paarden maar ook daar buiten hebben UnderSiker de afgelopen tijd benaderd met de vraag wat de werkelijke redenen zijn van het vertrek van de door hen op I-A geplaatste inspecteur in de rubriek “Inspectie”.

UnderSiker verwijst de vragenstellers steevast naar de publicaties in de Leeuwarder Courant , de Paardenkrant en de website van het KFPS. De reactie van de vragenstellers is dikwijls dat zij daar geen touw aan vast kunnen knopen. Immers, het KFPS bestuur heeft het in de kern over de kwaliteitsontwikkeling van de inspectie , de continuïteit ervan en het deels in dienst nemen van inspectieleden om zo de integriteit te bewaken. Daarentegen spreekt de oud-inspecteur in de kern over slechte sfeer, verschillen van inzicht, niet nakomen van afgesproken vastgelegde procedures, het ontbreken van waardering, aanvaringen met de werkorganisatie, inconsequent beleid en het gemis aan arbeidsvreugde.
Bovenal verwijst UnderSiker de vragenstellers naar hun eigen vertegenwoordigers in de Ledenraad die in een tweetal vergaderingen van de hoed en de rand hebben vernomen waarom Bauke de Boer is vertrokken. UnderSiker krijgt tegengeworpen dat hun eigen vertegenwoordigers niets willen vertellen omdat alles geheim is en moet blijven.

Zoals de ervaren lezer weet blijft bijna niets geheim in dit leven. Naar nu pas blijkt heeft Bauke de Boer een brief geschreven aan de Ledenraadsvergadering gehouden in de maand mei van dit jaar waarin hij uiteenzet waarom hij besloten heeft zich terug te trekken. Van diverse kanten heeft UnderSiker deze brief toegestuurd gekregen. Om al die vragenstellers tegemoet te komen heeft UnderSiker gemeend de bewuste brief op zijn site te plaatsen. Daarvoor is eerst telefonisch contact geweest met Bauke de Boer om hem daarvoor toestemming te vragen. Na enig aandringen werd daar gelukkig positief op gereageerd met als resultaat dat er nu openheid is gekomen omtrent de beweegredenen van het vertrek van de eerste onder zijns gelijken.

Als de lezer op bijgaande link klikt verschijnt de bewuste brief.
CCF27062017

Rectificatie

Naar aanleiding van het artikel “Inspectie op het verkeerde been gezet ” is door het KFPS en UnderSiker gecorrespondeerd en gesproken. Het Stamboek verwijt UnderSiker dat hij niet hard kan maken dat er in de zaak van de dekhengst Rommert 498 is gefilterd en gemanipuleerd. UnderSiker had die terminologie dan ook niet moeten gebruiken. Wel erkent het Stamboek dat er tot twee keer toe wezenlijke informatie aan de inspectieleden is onthouden in de zaak Rommert 498.

Gedragscode voor inspecteurs en juryleden van het KFPS

Diverse lezers die het artikel “[ On ] bewust onbekwaam?”, dat gisteren op de website van UnderSiker is geplaatst, hebben gelezen,  hebben zich met name afgevraagd waarom de voorzitter van de betreffende keuringsjury de heer Jaap Boersma met zijn 35 jarige ervaring zich niet heeft gehouden aan de gedragscode voor inspecteurs en juryleden. Ook willen deze lezers graag kennis nemen van de inhoud van deze code zodat zij voor zich zelf ook een oordeel kunnen vormen over het gewenste gedrag van de KFPS-functionarissen. UnderSiker voldoet graag aan de verzoeken van deze trouwe lezers.

Als de lezer op bijgaande link klikt verschijnt de gedragscode.  CCF09062017

[ On ] bewust onbekwaam ?

Vanuit het zuiden van het land heeft UnderSiker diverse telefoontjes gekregen over de stamboekkeuring van 30 april 2017 die gehouden is op het hippisch centrum Kronenberg gelegen in Noord Limburg. Alle vragen spitsen zich toe op de beoordeling van het paard van een collega-jurylid in de rubriek “premiekeuring van 4 jaar en oudere stamboekmerries”. De vragenstellers vinden het vreemd dat het bewuste paard nadat de keuring was afgelopen en de ring gesloten alsnog een hogere waardering heeft gekregen. De vragenstellers hebben UnderSiker gevraagd dat uit te zoeken.

De driekoppige jury bestaande uit de voorzitter tevens inspectie lid de heer Jaap Boersma [35 jaar ervaring] bijgestaan door twee zeer ervaren juryleden [ ieder 17 jaar ervaring ] keurde onder andere een negenjarige merrie in eigendom van een geheel ander collega-jurylid [ 14 jaar ervaring ]. Op zo’n moment moeten alle lampen rood oplichten ook al omdat de gedragscode voor inspecteurs en juryleden van het KFPS dan prominent in beeld verschijnt. Het bewuste paard eindigde in haar rubriek op de 3e plek en bleef stamboek. Wel behaalde zij op rastype , bouw en beenwerk meer dan een zeven gemiddeld maar liet het evenals op de vorige stamboekkeuring enige jaren terug’, in de beweging , die ook nog dubbel telt, zitten. In een dergelijke situatie kan een paard voorlopig ster worden verklaard. Later in het jaar dient zij dan nog een proef af te leggen onder het zadel waarbij zij bij een geheel andere jury op stap en draf gemiddeld tenminste een 6,7 moet behalen. Lukt dat dan krijgt het paard alsnog het ster predicaat. De directeur stamboekzaken heeft de inspectieleden en juryleden er keer op keer weer gewezen daar in de keuringsbaan zeer alert op te zijn. Wakker blijven dus. Zo niet deze jury. De volwassen mannen waren duidelijk niet bij de les en het paard werd niet voorlopig ster verklaard. Volgens de regels onterecht.

De eigenaar, collega-jurylid, die de regels op dat punt wel kent zocht daarna contact met het stamboek kantoor afdeling stamboekzaken. Deze afdeling erkende dat er door de jury een fout was gemaakt en dat het paard voldeed aan de voorwaarden om voorlopig ster te worden verklaard.  Het collega-jurylid liet dat nadien ook opgewekt aan haar omgeving weten.
Enige dagen later heeft de voorzitter van de bewuste jury de vraag voorgelegd aan zijn twee mede juryleden of zij buiten de keuringsbaan alsnog akkoord konden gaan met een correctie op hun besluitvorming waarop door hen positief werd gereageerd. Het paard werd buiten de ring na enkele dagen alsnog voorlopig ster verklaard.

Waar zitten nu de grote fouten in deze collegiale tegemoetkoming?
De drie koppige zeer ervaren juryleden hadden moeten weten dat de merrie in aanmerking kwam om voorlopig ster te worden verklaard.
Zij hadden moeten weten dat nadat de keuringsring was gesloten geen opwaardering meer had mogen en kunnen plaatsvinden.
Zij onvoldoende aandacht hebben besteed aan de gedragscode voor inspecteurs en juryleden.
Het collega-jurylid had moeten weten dat een verzoek tot opwaardering van de merrie zou moeten stranden omdat de keuringsring gesloten was.
Hetzelfde kan worden gezegd van de personen die deel uitmaken van het stamboekkantoor afdeling stamboekzaken. Dat deze afdeling mee heeft gewerkt om ervoor te zorgen dat deze merrie van een jurylid buiten de keuringsbaan alsnog voorlopig ster werd verklaard is eveneens een grote fout. Ook hebben deze personen onvoldoende aandacht besteed aan de gedragscode voor inspecteurs en juryleden.

In het kader van de goedkeuring van de schimmelhengst Siert 499  heeft de voorzitter van het KFPS in zijn column van de april uitgave 2017 van het verenigingsblad “Phryso” geschreven, citaat : “Zo is bij voetbal het aan de scheidsrechter om een goal goed of af te keuren. Zelfs als achteraf de beslissing mogelijk twijfelachtig is of soms verkeerd…. Zo zijn de procedures” Einde citaat.
De ring was gesloten en om in voetbal termen te blijven: de wedstrijd gespeeld.

Alle betrokkenen hebben nog een collectieve fout gemaakt door niet de tekst van hun eigen voorzitter uit het hoofd te leren en gekozen voor een collegiale tegemoetkoming waarbij ook nog eens binnen het KFPS met twee maten wordt gemeten.

De vraag die UnderSiker zich stelt is of hier sprake is van bewuste of
onbewuste onbekwaamheid.

 

 

Inspectie op het verkeerde been gezet

Ieder jaar in de maand januari vindt in de Friesland hal in Leeuwarden de Friese hengstenkeuring plaats. Een waar driedaags paarden festijn. Voorheen gewoon onder de naam ” Hengstenkeuring ” ; sinds dit jaar onder de naam ” Faderpaard “. Hoe verzin je zo iets.
Tijdens deze keuring worden door de Hengstenkeuringsjury [HKJ] de jonge hengsten aangewezen voor het Centraal Onderzoek [CO]. Een 70 dagen durende test die in het najaar van hetzelfde jaar wordt afgenomen in Ermelo. De hengsten die daarvoor slagen worden ingeschreven als dekhengst in het Stamboek en mogen in het [voor] jaar daarop de merries bedienen. Op verzoek van enkele lezers niet-paardenkenners die benieuwd zijn naar de wijze van selecteren [1e selectie] door de HK jury alvorens de jonge hengsten in Leeuwarden arriveren voor de 2e en 3e selectie heeft UnderSiker de gang van zaken rondom de laatste jaargang goedgekeurde jonge hengsten voor deze leken onderzocht. Vanwege hun onkunde op paarden gebied wordt wat dieper op de materie ingegaan dan de kenner wellicht lief is.

Inleiding
Voor de eerste keer worden de jonge hengsten eind november/begin december voorgebracht en geselecteerd door de HKJ bestaande uit drie personen. Dit vindt plaats in het voormalige Fries Paarden Centrum in Drachten alwaar ze exterieur matig en op hun bewegingen [stap , draf en galop] worden beoordeeld. De hengsten die goed genoeg worden bevonden worden aangewezen voor “Leeuwarden”. Alvorens de aangewezen hengsten aldaar arriveren moeten ze nog veterinair worden beoordeeld en wel röntgenologisch op hun beenwerk en hoeven en voorts op hun sperma kwaliteit. Voldoen de hengsten niet aan de daarvoor gestelde eisen die vastgelegd zijn in het Reglement Hengstenkeuring van één of beide onderdelen dan gaan ze niet naar “Leeuwarden”. Ook nevenbevindingen die röntgenologisch zijn geconstateerd spelen een belangrijke rol in het selectie proces. Van belang is of op de foto’s ook Osteochondrose [OC in paardenjargon] wordt geconstateerd. OC is een veel voorkomende gewrichtsaandoening bij paarden waaraan erfelijke factoren ten grondslag liggen. Het is een verstoring in de omzetting van kraakbeen naar bot en komt in talrijke gewrichten voor. Door belasting kan er verzwakking optreden en dat kan weer tot scheurtjes en loslaten van stukjes kraakbeen leiden. In het laatste geval wordt gesproken van Osteochondrose Dissecans [OCD in de paarden taal]. OC gaat vrijwel altijd gepaard met overvulling [vocht ophoping] van het desbetreffende gewricht. Bovenstaande kennis heeft UnderSiker met name gehaald uit het boek “Paardebenen” van wijlen dierenarts Evert Offereins.
De OC- kwaliteit van de gewrichten loopt af van klasse A naar klasse B en zo verder.

Via een speciaal door het KFPS benoemde commissie van veterinairs die de röntgenfoto’s beoordeelt komen hun [neven] bevindingen plus de uitslagen van het sperma onderzoek op het bord terecht van de directeur stamboekzaken. Daarna worden door hem lijsten opgesteld met alle namen van hengsten die aangewezen zijn voor “Leeuwarden” met achter iedere hengst de resultaten van de onderzoeken met voorts vermelding van de nevenbevindingen. Vanzelfsprekend zijn alleen die hengsten van belang die voldaan hebben aan de eisen vermeld in het Reglement Hengstenkeuring. De andere hengsten kunnen thuis blijven. Voor aanvang van de hengstenkeuring worden de resultaten van het eigen onderzoek door de HKJ plus de schriftelijke rapportages van de directeur stamboekzaken in een gezamenlijke bijeenkomst van alle inspectieleden uitvoerig besproken. Mocht de inspectie van mening zijn dat de kwaliteit op grond van hun conclusies onvoldoende is dan zal de betreffende hengst niet worden aangewezen voor het CO. Op de eerste dag van de HK bespreekt de HKJ voor aanvang nog met een veterinair de röntgenologische bevindingen.

Op het verkeerde been gezet
UnderSiker heeft zich erover verbaasd dat de hengst Rommert 498 met als nevenbevinding OC klasse D in de kogelgewrichten van beide achterbenen is goedgekeurd voor de fokkerij. Diverse fokkers hebben die verbazing met mij gedeeld en zich eveneens afgevraagd hoe dit toch mogelijk is. UnderSiker is op onderzoek gegaan en heeft met enkele juryleden gesproken en hun de vraag voorgelegd waarom het Stamboek haar grenzen op het gebied van OC zo heeft opgerekt.Hierbij moet de lezer bedenken dat de kogelgewrichten een groot deel van de schokken die op de benen terecht komen opvangen. De belangrijkste functie van dit gewricht is de voorwaartse en zijwaartse beweging van het paard en het rond bewegen.
Het blijkt nu dat het stamboekkantoor filtert en niet alle informatie doorspeelt aan de inspectieleden waardoor wezenlijke informatie betreffende deze hengst aan hen is onthouden.  Zij zijn op het verkeerde been gezet om tot een zorgvuldig en juist besluit te kunnen komen. Immers OC klasse D in de kogelgewrichten is zeer onwenselijk voor een hengst die de fokkerij dient aldus desgevraagd mensen binnen het Stamboek en daarbuiten waaronder diverse veterinairs. In de gesprekken werd dikwijls gezegd : “Dat moet je gewoon niet willen”.

Dat het Stamboek zich bij tijd en wijle niet aan haar eigen regels houdt is bekend maar dat aan inspectieleden wezenlijke informatie wordt onthouden in de besluitvorming rondom de goedkeuring van een hengst is een nieuw fenomeen waarbij het vertrouwen in deze Koninklijke Vereniging wederom wordt geschaad.

De terechte vraag die UnderSiker zich stelt is of er nog meer wordt gemanipuleerd in het Stamboek.

 

Waardering vrijwilligers bij het KFPS

Dat UnderSiker aandacht aan dit onderwerp besteedt komt onder meer doordat redelijk recent nog in de media berichten zijn verschenen dat de teruggetreden inspecteur Bauke de Boer mede is vertrokken vanwege een gebrek aan waardering en betaling door het KFPS. Deze aandacht van UnderSiker wordt versterkt doordat het Bestuur zeer onlangs aan leden en ledenraadsleden een voorstel heeft gedaan om per 1 juni 2017 de vergoedingen van alle vrijwilligers aan te passen en met 10 % te verhogen. Er wordt niet bij gezegd dat deze verhoging feitelijk een sigaar uit eigen doos is immers, in 2014 heeft ze van alle vrijwilligers eerst 10 % afgepakt met gevolg dat per 1 juni a.s. net niet het niveau van 2006 wordt gehaald.

Voorafgaand aan dit bericht heeft UnderSiker met diverse vrijwilligers gesproken die hun informatie met schriftelijke stukken hebben onderbouwd. In het afgelopen jaar waren ongeveer 40 vrijwilligers actief variërend van inspectieleden tot chippers en leden van het meetteam. Laten we eens kijken naar de grootste groep die uit gewone juryleden bestaat. Zij kregen vanaf het jaar 2006 steeds dezelfde vergoeding tot het moment dat zij in 2014 met 10 % werden gekort met gevolg dat de vergoeding lager lag dan in 2006. Indexatie dan wel een verhoging is in al die jaren nooit aan de orde geweest. Per 1 juni a.s. komt dan na goedkeuring van de Ledenraad de grote verrassing : de bewuste sigaar uit eigen doos.Om de gedachten te bepalen : een hele dag werken inclusief reistijd [ 6 tot 12 uren ] levert een dagvergoeding op van € 63,- en met ingang van 1 juni a.s. dus € 69,30.Dat is bijna het niveau van 2006. Wie 5 uur werkt inclusief reistijd ontvangt de helft van dit bedrag. De uren besteed aan het bijwonen van vergaderingen en evaluatiebijeenkomsten, uniformering en bijscholing worden niet vergoed.

Het KFPS heeft meer van de vrijwilligers afgepakt. Voorheen zaten de juryleden maar ook de chippers en de meters en hun partners tijdens de Hengstenkeuring op de VIP tribune. Ongeveer 5-6 jaar geleden werden deze groepen verbannen naar een apart vak waar ze “gezellig” samen met de Ledenraadsleden mogen zitten. En de Nieuwjaarsborrel om te klinken op het nieuwe jaar is afgeschaft.

UnderSiker heeft zich afgevraagd waarom het KFPS haar vrijwilligers financieel niet koestert. Zou dat kunnen komen omdat zij slecht bij kas zit? De jaarrekening 2016 geeft antwoord op die vraag. Op de bankrekeningen staat ongeveer € 4.000.000,- en zij heeft een eigen vermogen van meer dan € 2.000.000,-. Wat doet het Stamboek dán met al die middelen is de volgende vraag. Daarop geven de notulen van de laatste ledenraadsvergadering antwoord. Met unanieme steun van diezelfde Ledenraad staat het KFPS garant voor de verliezen van de Stichting Faderpaard in het kader van een theaterproductie Leeuwarden Culturele Hoofdstad 2018 die voor het KFPS kunnen oplopen tot maximaal               € 250.000,-.  Daar het culturele activiteiten betreft is de verwachting dat dit bedrag volledig aangesproken zal worden. De laatste berichten luiden dat de kosten van deze theaterproductie zijn begroot op € 2.600.000,- waarvan voor 1 juni a.s. € 1.300.000,- aan sponsorgelden / garantstellingen binnen moet zijn. Lukt dat niet dan gaat dit feest niet door en valt de garantstelling vrij.

Bestuur en Ledenraad hebben zich nog nooit druk gemaakt omtrent de vergoedingen van vrijwilligers terwijl met één pennestreek garant wordt gestaan voor een bedrag van € 250.000,- voor verliesgevende culturele activiteiten die niet tot de kerntaak van het Stamboek behoren en dat over de ruggen van de vrijwilligers. Dat is niet rechtvaardig eerder schandelijk.

Welk ledenraadslid steekt de vinger op ?

 

 

Krassen op de ziel

UnderSiker heeft de afgelopen zomer – en winter periode diverse gesprekken gevoerd met voormalige inspectie- en jury leden die zich jarenlang hebben ingezet voor het KFPS. Gemoedelijk zittend aan de keukentafel of op een bankje op een fokdag deden ze hun verhaal. Het was altijd emotioneel en soms ging dat gepaard met tranen. Waarom toch die emoties vroeg ik en dan was steevast hun antwoord dat de wijze waarop zij als jury lid werden afgeserveerd hun diep had geraakt.
Al die verhalen heeft UnderSiker opgetekend. Eén gesprek heeft hem bijzonder getroffen dat hij de lezers niet wil onthouden.
Dit verhaal begon zo.

” Ik was tien jaar toen ik al met de Friese paarden van mijn vader op de boerderij werkte. Voor de eg , de maaimachine ,de schudder en de ploeg werden ze door mij ingespannen. Ik kan mij nog herinneren dat ik samen met mijn broertje van negen met de boerenkar vanuit de polder in het dorp enkele kilometers verder op kisten ging halen om daarvan konijnen hokken te maken . Mijn vader vertrouwde erop dat we heelhuids weer thuis zouden komen.

In de 70’er en begin 80’er jaren had je nog twee soorten jury’s die later bij elkaar gevoegd zijn. Er was een stamboek jury en een fokdag jury . De stamboek jury keurde de veulens en de drie jarige paarden terwijl de fokdag jury de andere rubrieken keurde.

Op een dag in 1975 , ik was toen ongeveer 20 jaar , werd ik door de toenmalige secretaris de heer Gorryt Kuipers van de fok vereniging “It Fryske Hynder ” te Blauwhuis gebeld en kreeg van hem een uitnodiging om als aspirant jurylid deel uit te maken van de fokdag jury. Ze wisten immers wel dat ik veel met paarden omging .

Piet Wynia en Popke van der Meulen sr. die mij des tijds begeleidden zeiden direct al dat ik zelf met paarden zou moeten fokken om in de fokkerij te laten zien wie ik was en wat ik kon op dat gebied voordat ik ooit voor het Stamboek zou mogen jureren.Constant was ik met de paarden bezig , beleren , voorbrengen , ze in de sport uit brengen en vanzelfsprekend fokken. Figuurlijk gesproken zaten de paarden in mijn hele lijf. Ongeveer half 80’er jaren werd ik door het KFPS gevraagd om zo nu en dan voor het Stamboek te jureren.Ik moest wel eerst een cursus bij het Landbouwschap volgen waar toen ook huidige inspectie leden aan deel namen . We moesten eerst toelatingsexamen doen waarna er ongeveer 20 kandidaten overbleven.[ Het heeft mij overigens altijd verbaasd dat een huidig inspectie lid nooit examen heeft gedaan maar tot vandaag aan de dag nog altijd keurt ]. Ik slaagde wel en werd gewoon jury lid .

Mijn mede juryleden en ik werden ingedeeld door het Stamboek en in de loop van de tijd naarmate ik meer ervaring kreeg werd ik lineair scoorder en soms ook voorzitter van de jury voor de rubrieken veulens , enters , twenters of oudere paarden . Er werd veel aandacht besteed aan het beenwerk en we werden specifiek gewezen op spatten , reebeen , hazehak en afwijkende beenstanden. Van de oude garde heb ik bijzonder veel kennis meegekregen. Natuurlijk vonden er ook functioneringsgesprekken plaats waarin je scherp werd beoordeeld maar het ging er altijd gemoedelijk aan toe en er heerste zeker geen angstcultuur .
Op een gegeven moment vroeg het Stamboek aan de juryleden wie interesse had om in aanmerking te komen voor inspecteur. Ik heb na overleg met mijn vrouw besloten daar niet op in te gaan omdat dit ten koste zou gaan van mijn boerenbedrijf. Bovendien ben ik geen echte spreker en zou ik veel weg zijn. Ook bleef ik na een fokdag nooit napraten in de tent. Dat had ik geleerd van de in die tijd door allen gerespecteerde inspecteur de heer Cees Faber. Zorg dat je altijd onafhankelijk blijft was zijn motto en dat heb ik goed in mijn oren geknoopt”.

We nemen even pauze en gaan de paarden bewonderen . Bij elk paard staan we stil en UnderSiker hoort wat er allemaal mee is gedaan en bereikt in de aangespannen paardensport. Viermaal nationaal kampioen bij de KNHS en driemaal de beste in de Prijs der Besten om enkele hoogte punten te noemen . Ook zijn vrouw is viermaal nationaal kampioen bij de KNHS geweest vertelt hij mij . Met zijn eigen fok producten is hij driemaal kampioen bij de fokvereniging “It Fryske Greidhynder” geweest; prachtige resultaten dus .Voordat we weer in de warmte van de keuken arriveren komen we langs talloze oranje linten waarbij de verhalen als een golf over UnderSiker heen komen. Elk lint heeft zijn eigen verhaal.
In de keuken word ik gewezen op de acht beeldjes die op de keuken kast staan en uit gereikt zijn na het behalen van de nationaal kampioenschappen. Sommige ervan nog uitgereikt door wijlen Prins Bernhard .
We gaan verder met ons gesprek.

“In de laatste jaren dat ik als jurylid actief was heeft er met mij nooit een echt functioneringsgesprek plaatsgevonden.Wel heb ik gemerkt dat er zo vanaf plus minus 2005 bij het KFPS een angstcultuur begon te ontstaan .

In februari 2013 , ik jureerde tot dat moment al 38 jaar , kreeg ik van een inspectie lid die in de 80’er jaren tegelijk met mij examen heeft gedaan bij het Landbouwschap ,een telefoontje waarin mij werd mede gedeeld dat besloten was dat ik vanaf 2014 niet langer mocht jureren . Ik mocht in 2013 nog wel een paar keer jureren op fokdagen als een soort afscheid zo werd mij mee gedeeld . Dus ik mag niet langer jureren reageerde ik vol ongeloof. Nee dat klopt zo hoorde ik aan de andere kant van de lijn. Ik was zeer verrast en liet dat ook blijken . Ik vroeg of er wat loos was met mij; nee was het antwoord maar zo hebben we gewoon besloten.

Tijdens die 38 jaar ben ik niet alleen jury lid geweest maar ook lineair scoorder , ik heb opleidingen verzorgd , paarden gefokt en beleerd , ik ben voorbrenger geweest en heb veel in de paardensport betekend en nog steeds en jullie doen dit af met een simpel telefoontje. Dit is ongelooflijk  zo reageerde ik .
Als ik dan in de baan sta en ik moet samen met andere juryleden naast mij een paard beoordelen en zij niet zien wat ik zie mag ik dan met al mijn ervaring mijn mening dan niet geven. Als we met z’n drieën zijn dan sluit ik mij aan bij de meerderheid. Vertel mij dan eens wie een probleem heeft.
Het inspectie lid was niet in staat daarop inhoudelijk te reageren en kon niet anders uitbrengen door te zeggen dan dat ik  in de baan wel eens moeilijk deed met andere juryleden en dat ik toch niet langer mocht jureren. Maar ….. zo ging het inspectie lid verder ik wil wel graag met nog iemand van het kantoor bij je langs komen om het super bord als teken van afscheid en verleende diensten gedurende de afgelopen 38 jaar , te overhandigen . Mijn reactie was dat  het duo welkom was maar dat met geen woord over paarden gesproken mocht worden en dat ze het super bord mochten houden.
Veel later kreeg ik bericht dat juryleden die afgeserveerd waren in het zonnetje gezet zouden worden maar daar heb ik niet op gereageerd.

Een jaar later , het was maart 2014 , werd ik gebeld door een bestuurslid dat zij en de nieuwe voorzitter toch nog een gesprek met mij wilden hebben dat in het voorjaar 2014 ergens in Friesland plaats heeft gevonden. Het was een leuk gesprek met aardige mensen . Ik heb toen alles verteld maar er zijn geen excuses gemaakt . Er is verder niets gebeurd maar dat had ik ook niet verwacht na het nietszeggende gesprek met dit duo .

De hele huishouding is ingezet om het jureren gedurende 38 jaar mogelijk te maken . Dat ik op deze wijze aan de kant ben gezet doet mij en mijn vrouw nog altijd heel veel pijn “.

Dit illustreert hoe het KFPS met haar juryleden omgaat. Na jarenlange trouwe dienst worden ze afgeserveerd en hoe. De gesprekken die UnderSiker met alle betrokkenen heeft gevoerd heeft hem duidelijk gemaakt dat zij met krassen op hun ziel achter zijn gebleven.

Voorts is in de loop der tijd door het vertrek van Harm Mulder , Feike Holtrop , Sjouke de Groot en recentelijk nog Fetze Veldstra , Bauke de Boer en Luciel Ellens zeer veel Friese paarden kennis definitief verloren gegaan. Dat het KFPS bestuur daarop paniekerig reageert blijkt wel uit de voorgestelde benoemingen voor inspecteur die in de media zijn verschenen .