Inspectie op het verkeerde been gezet

Ieder jaar in de maand januari vindt in de Friesland hal in Leeuwarden de Friese hengstenkeuring plaats. Een waar driedaags paarden festijn. Voorheen gewoon onder de naam ” Hengstenkeuring ” ; sinds dit jaar onder de naam ” Faderpaard “. Hoe verzin je zo iets.
Tijdens deze keuring worden door de Hengstenkeuringsjury [HKJ] de jonge hengsten aangewezen voor het Centraal Onderzoek [CO]. Een 70 dagen durende test die in het najaar van hetzelfde jaar wordt afgenomen in Ermelo. De hengsten die daarvoor slagen worden ingeschreven als dekhengst in het Stamboek en mogen in het [voor] jaar daarop de merries bedienen. Op verzoek van enkele lezers niet-paardenkenners die benieuwd zijn naar de wijze van selecteren [1e selectie] door de HK jury alvorens de jonge hengsten in Leeuwarden arriveren voor de 2e en 3e selectie heeft UnderSiker de gang van zaken rondom de laatste jaargang goedgekeurde jonge hengsten voor deze leken onderzocht. Vanwege hun onkunde op paarden gebied wordt wat dieper op de materie ingegaan dan de kenner wellicht lief is.

Inleiding
Voor de eerste keer worden de jonge hengsten eind november/begin december voorgebracht en geselecteerd door de HKJ bestaande uit drie personen. Dit vindt plaats in het voormalige Fries Paarden Centrum in Drachten alwaar ze exterieur matig en op hun bewegingen [stap , draf en galop] worden beoordeeld. De hengsten die goed genoeg worden bevonden worden aangewezen voor “Leeuwarden”. Alvorens de aangewezen hengsten aldaar arriveren moeten ze nog veterinair worden beoordeeld en wel röntgenologisch op hun beenwerk en hoeven en voorts op hun sperma kwaliteit. Voldoen de hengsten niet aan de daarvoor gestelde eisen die vastgelegd zijn in het Reglement Hengstenkeuring van één of beide onderdelen dan gaan ze niet naar “Leeuwarden”. Ook nevenbevindingen die röntgenologisch zijn geconstateerd spelen een belangrijke rol in het selectie proces. Van belang is of op de foto’s ook Osteochondrose [OC in paardenjargon] wordt geconstateerd. OC is een veel voorkomende gewrichtsaandoening bij paarden waaraan erfelijke factoren ten grondslag liggen. Het is een verstoring in de omzetting van kraakbeen naar bot en komt in talrijke gewrichten voor. Door belasting kan er verzwakking optreden en dat kan weer tot scheurtjes en loslaten van stukjes kraakbeen leiden. In het laatste geval wordt gesproken van Osteochondrose Dissecans [OCD in de paarden taal]. OC gaat vrijwel altijd gepaard met overvulling [vocht ophoping] van het desbetreffende gewricht. Bovenstaande kennis heeft UnderSiker met name gehaald uit het boek “Paardebenen” van wijlen dierenarts Evert Offereins.
De OC- kwaliteit van de gewrichten loopt af van klasse A naar klasse B en zo verder.

Via een speciaal door het KFPS benoemde commissie van veterinairs die de röntgenfoto’s beoordeelt komen hun [neven] bevindingen plus de uitslagen van het sperma onderzoek op het bord terecht van de directeur stamboekzaken. Daarna worden door hem lijsten opgesteld met alle namen van hengsten die aangewezen zijn voor “Leeuwarden” met achter iedere hengst de resultaten van de onderzoeken met voorts vermelding van de nevenbevindingen. Vanzelfsprekend zijn alleen die hengsten van belang die voldaan hebben aan de eisen vermeld in het Reglement Hengstenkeuring. De andere hengsten kunnen thuis blijven. Voor aanvang van de hengstenkeuring worden de resultaten van het eigen onderzoek door de HKJ plus de schriftelijke rapportages van de directeur stamboekzaken in een gezamenlijke bijeenkomst van alle inspectieleden uitvoerig besproken. Mocht de inspectie van mening zijn dat de kwaliteit op grond van hun conclusies onvoldoende is dan zal de betreffende hengst niet worden aangewezen voor het CO. Op de eerste dag van de HK bespreekt de HKJ voor aanvang nog met een veterinair de röntgenologische bevindingen.

Op het verkeerde been gezet
UnderSiker heeft zich erover verbaasd dat de hengst Rommert 498 met als nevenbevinding OC klasse D in de kogelgewrichten van beide achterbenen is goedgekeurd voor de fokkerij. Diverse fokkers hebben die verbazing met mij gedeeld en zich eveneens afgevraagd hoe dit toch mogelijk is. UnderSiker is op onderzoek gegaan en heeft met enkele juryleden gesproken en hun de vraag voorgelegd waarom het Stamboek haar grenzen op het gebied van OC zo heeft opgerekt.Hierbij moet de lezer bedenken dat de kogelgewrichten een groot deel van de schokken die op de benen terecht komen opvangen. De belangrijkste functie van dit gewricht is de voorwaartse en zijwaartse beweging van het paard en het rond bewegen.
Het blijkt nu dat het stamboekkantoor filtert en niet alle informatie doorspeelt aan de inspectieleden waardoor wezenlijke informatie betreffende deze hengst aan hen is onthouden.  Zij zijn op het verkeerde been gezet om tot een zorgvuldig en juist besluit te kunnen komen. Immers OC klasse D in de kogelgewrichten is zeer onwenselijk voor een hengst die de fokkerij dient aldus desgevraagd mensen binnen het Stamboek en daarbuiten waaronder diverse veterinairs. In de gesprekken werd dikwijls gezegd : “Dat moet je gewoon niet willen”.

Dat het Stamboek zich bij tijd en wijle niet aan haar eigen regels houdt is bekend maar dat aan inspectieleden wezenlijke informatie wordt onthouden in de besluitvorming rondom de goedkeuring van een hengst is een nieuw fenomeen waarbij het vertrouwen in deze Koninklijke Vereniging wederom wordt geschaad.

De terechte vraag die UnderSiker zich stelt is of er nog meer wordt gemanipuleerd in het Stamboek.

 

Geef een reactie