Krassen op de ziel

UnderSiker heeft de afgelopen zomer – en winter periode diverse gesprekken gevoerd met voormalige inspectie- en jury leden die zich jarenlang hebben ingezet voor het KFPS. Gemoedelijk zittend aan de keukentafel of op een bankje op een fokdag deden ze hun verhaal. Het was altijd emotioneel en soms ging dat gepaard met tranen. Waarom toch die emoties vroeg ik en dan was steevast hun antwoord dat de wijze waarop zij als jury lid werden afgeserveerd hun diep had geraakt.
Al die verhalen heeft UnderSiker opgetekend. Eén gesprek heeft hem bijzonder getroffen dat hij de lezers niet wil onthouden.
Dit verhaal begon zo.

” Ik was tien jaar toen ik al met de Friese paarden van mijn vader op de boerderij werkte. Voor de eg , de maaimachine ,de schudder en de ploeg werden ze door mij ingespannen. Ik kan mij nog herinneren dat ik samen met mijn broertje van negen met de boerenkar vanuit de polder in het dorp enkele kilometers verder op kisten ging halen om daarvan konijnen hokken te maken . Mijn vader vertrouwde erop dat we heelhuids weer thuis zouden komen.

In de 70’er en begin 80’er jaren had je nog twee soorten jury’s die later bij elkaar gevoegd zijn. Er was een stamboek jury en een fokdag jury . De stamboek jury keurde de veulens en de drie jarige paarden terwijl de fokdag jury de andere rubrieken keurde.

Op een dag in 1975 , ik was toen ongeveer 20 jaar , werd ik door de toenmalige secretaris de heer Gorryt Kuipers van de fok vereniging “It Fryske Hynder ” te Blauwhuis gebeld en kreeg van hem een uitnodiging om als aspirant jurylid deel uit te maken van de fokdag jury. Ze wisten immers wel dat ik veel met paarden omging .

Piet Wynia en Popke van der Meulen sr. die mij des tijds begeleidden zeiden direct al dat ik zelf met paarden zou moeten fokken om in de fokkerij te laten zien wie ik was en wat ik kon op dat gebied voordat ik ooit voor het Stamboek zou mogen jureren.Constant was ik met de paarden bezig , beleren , voorbrengen , ze in de sport uit brengen en vanzelfsprekend fokken. Figuurlijk gesproken zaten de paarden in mijn hele lijf. Ongeveer half 80’er jaren werd ik door het KFPS gevraagd om zo nu en dan voor het Stamboek te jureren.Ik moest wel eerst een cursus bij het Landbouwschap volgen waar toen ook huidige inspectie leden aan deel namen . We moesten eerst toelatingsexamen doen waarna er ongeveer 20 kandidaten overbleven.[ Het heeft mij overigens altijd verbaasd dat een huidig inspectie lid nooit examen heeft gedaan maar tot vandaag aan de dag nog altijd keurt ]. Ik slaagde wel en werd gewoon jury lid .

Mijn mede juryleden en ik werden ingedeeld door het Stamboek en in de loop van de tijd naarmate ik meer ervaring kreeg werd ik lineair scoorder en soms ook voorzitter van de jury voor de rubrieken veulens , enters , twenters of oudere paarden . Er werd veel aandacht besteed aan het beenwerk en we werden specifiek gewezen op spatten , reebeen , hazehak en afwijkende beenstanden. Van de oude garde heb ik bijzonder veel kennis meegekregen. Natuurlijk vonden er ook functioneringsgesprekken plaats waarin je scherp werd beoordeeld maar het ging er altijd gemoedelijk aan toe en er heerste zeker geen angstcultuur .
Op een gegeven moment vroeg het Stamboek aan de juryleden wie interesse had om in aanmerking te komen voor inspecteur. Ik heb na overleg met mijn vrouw besloten daar niet op in te gaan omdat dit ten koste zou gaan van mijn boerenbedrijf. Bovendien ben ik geen echte spreker en zou ik veel weg zijn. Ook bleef ik na een fokdag nooit napraten in de tent. Dat had ik geleerd van de in die tijd door allen gerespecteerde inspecteur de heer Cees Faber. Zorg dat je altijd onafhankelijk blijft was zijn motto en dat heb ik goed in mijn oren geknoopt”.

We nemen even pauze en gaan de paarden bewonderen . Bij elk paard staan we stil en UnderSiker hoort wat er allemaal mee is gedaan en bereikt in de aangespannen paardensport. Viermaal nationaal kampioen bij de KNHS en driemaal de beste in de Prijs der Besten om enkele hoogte punten te noemen . Ook zijn vrouw is viermaal nationaal kampioen bij de KNHS geweest vertelt hij mij . Met zijn eigen fok producten is hij driemaal kampioen bij de fokvereniging “It Fryske Greidhynder” geweest; prachtige resultaten dus .Voordat we weer in de warmte van de keuken arriveren komen we langs talloze oranje linten waarbij de verhalen als een golf over UnderSiker heen komen. Elk lint heeft zijn eigen verhaal.
In de keuken word ik gewezen op de acht beeldjes die op de keuken kast staan en uit gereikt zijn na het behalen van de nationaal kampioenschappen. Sommige ervan nog uitgereikt door wijlen Prins Bernhard .
We gaan verder met ons gesprek.

“In de laatste jaren dat ik als jurylid actief was heeft er met mij nooit een echt functioneringsgesprek plaatsgevonden.Wel heb ik gemerkt dat er zo vanaf plus minus 2005 bij het KFPS een angstcultuur begon te ontstaan .

In februari 2013 , ik jureerde tot dat moment al 38 jaar , kreeg ik van een inspectie lid die in de 80’er jaren tegelijk met mij examen heeft gedaan bij het Landbouwschap ,een telefoontje waarin mij werd mede gedeeld dat besloten was dat ik vanaf 2014 niet langer mocht jureren . Ik mocht in 2013 nog wel een paar keer jureren op fokdagen als een soort afscheid zo werd mij mee gedeeld . Dus ik mag niet langer jureren reageerde ik vol ongeloof. Nee dat klopt zo hoorde ik aan de andere kant van de lijn. Ik was zeer verrast en liet dat ook blijken . Ik vroeg of er wat loos was met mij; nee was het antwoord maar zo hebben we gewoon besloten.

Tijdens die 38 jaar ben ik niet alleen jury lid geweest maar ook lineair scoorder , ik heb opleidingen verzorgd , paarden gefokt en beleerd , ik ben voorbrenger geweest en heb veel in de paardensport betekend en nog steeds en jullie doen dit af met een simpel telefoontje. Dit is ongelooflijk  zo reageerde ik .
Als ik dan in de baan sta en ik moet samen met andere juryleden naast mij een paard beoordelen en zij niet zien wat ik zie mag ik dan met al mijn ervaring mijn mening dan niet geven. Als we met z’n drieën zijn dan sluit ik mij aan bij de meerderheid. Vertel mij dan eens wie een probleem heeft.
Het inspectie lid was niet in staat daarop inhoudelijk te reageren en kon niet anders uitbrengen door te zeggen dan dat ik  in de baan wel eens moeilijk deed met andere juryleden en dat ik toch niet langer mocht jureren. Maar ….. zo ging het inspectie lid verder ik wil wel graag met nog iemand van het kantoor bij je langs komen om het super bord als teken van afscheid en verleende diensten gedurende de afgelopen 38 jaar , te overhandigen . Mijn reactie was dat  het duo welkom was maar dat met geen woord over paarden gesproken mocht worden en dat ze het super bord mochten houden.
Veel later kreeg ik bericht dat juryleden die afgeserveerd waren in het zonnetje gezet zouden worden maar daar heb ik niet op gereageerd.

Een jaar later , het was maart 2014 , werd ik gebeld door een bestuurslid dat zij en de nieuwe voorzitter toch nog een gesprek met mij wilden hebben dat in het voorjaar 2014 ergens in Friesland plaats heeft gevonden. Het was een leuk gesprek met aardige mensen . Ik heb toen alles verteld maar er zijn geen excuses gemaakt . Er is verder niets gebeurd maar dat had ik ook niet verwacht na het nietszeggende gesprek met dit duo .

De hele huishouding is ingezet om het jureren gedurende 38 jaar mogelijk te maken . Dat ik op deze wijze aan de kant ben gezet doet mij en mijn vrouw nog altijd heel veel pijn “.

Dit illustreert hoe het KFPS met haar juryleden omgaat. Na jarenlange trouwe dienst worden ze afgeserveerd en hoe. De gesprekken die UnderSiker met alle betrokkenen heeft gevoerd heeft hem duidelijk gemaakt dat zij met krassen op hun ziel achter zijn gebleven.

Voorts is in de loop der tijd door het vertrek van Harm Mulder , Feike Holtrop , Sjouke de Groot en recentelijk nog Fetze Veldstra , Bauke de Boer en Luciel Ellens zeer veel Friese paarden kennis definitief verloren gegaan. Dat het KFPS bestuur daarop paniekerig reageert blijkt wel uit de voorgestelde benoemingen voor inspecteur die in de media zijn verschenen .

 

 

 

Geef een reactie